Parijs zonder Plan

Posted by jannekejager on 14 augustus 2019 in Blogs & Teksten

We gingen naar Parijs. Een roadtrip – omdat het kán. Omdat we, toen we in Amerika waren, steeds hoorden “O my God, Europe, that’s so great, you can just drive anywhere”. En hoewel we in Amerika rustig op een dag 5, 6 uur rijden om ergens te komen, doen we dat ‘thuis’ nooit. Dus: op naar Parijs, met de auto. En dan dit keer zónder iets te hoeven of moeten. Zonder planning, zonder boekjes, zonder kaart, gewoon: Parijs beléven.

Niet omdat dit veel leuker is, maar om de teleurstelling te voorkomen. Omdat ik altijd ergens naar toe ga met een plan, met een plaatje in mijn hoofd, of een plaatje uit een boekje. Omdat ik dan dagenlang als een bezetene rondloop met iets voor mijn neus, op zoek naar dat éne pleintje waar je in een waterig ochtendzonnetje de perfect krakend verse, botervette kruimelcroissant eet. Of waar je s’ middags een vin rouge bestelt terwijl er vier knoflook-kauwende oude mannetjes met baret naast je staan te jeux-de-boulen. Plekken die je dan, natuurlijk, nooit vindt. Dus legde ik mezelf de challenge op om gewoon Parijs te ervaren en wel te zien waar we uitkwamen. Geen route, geen reserveringen, niks. Dit kan een controlefreak als ikzelf overigens alleen dankzij de wetenschap dat ik in een stad waar ik al een aantal keer geweest ben, niet meer iets ‘moét’ zien. (Mijn vriend opperde ooit dat het ok was als we, eenmaal in India, de Taj Mahal zouden missen. Ik kreeg zowat een hartverzakking).

Inmiddels wéét ik het wel: hoe meer ik zoek naar ‘het perfecte plaatje’, hoe minder ik het vind, hoe gefrusteerder ik word,  hoe minder ik geniet of zelfs ga zitten mokken (hallo verwend nest). Ik had dit al way before iemand begon over ‘FOMO’ – nu ik er over nadenk: ik heb het uitgevonden. Maar waarom zou mijn vakantie, reis, road- of stedentrip ergens aan moeten voldoen, behalve aan pure ‘joie de vivre’, in het moment zijn en genieten? Waarom zou ik moéten thuiskomen met die éne foto van, noem eens wat: de Taj Mahal, de Macchu Pichu, Ankor Wat, Klaagmuur of Empire State Building (vink, vink, vink). Moét ik dat ene restaurant, kroegje festival, inheemse ontmoeting afvinken? Waarom – moet ik iets bewijzen? En aan wie dan; mezelf of anderen?

Ik verwachtte een soort oer-verzet uit mijn binnenste, maar ik bleek het gewoon te kunnen. Sterker nog; het bleek een bevrijding. Zomaar te lopen, zomaar een caféetje of restaurant in te duiken, omdat het zich aandiende; gewoon, zomaar! Niet met een papieren kaart, boekje of Google Maps te hannesen, niet op zoek naar het perfecte plekje in de zon, aan een pleintje of met hét ‘typisch Parijse sfeertje’ (inclusief een frivool accordeonnetje, en nog bijna boos zijn als die ontbreekt…). Het was er gewoon, zonder te zoeken: elk plekje leek wel precies te voldoen aan dat waar we op dat moment zin of behoefte aan hadden. Goddelijke kaasplankjes, hemelse wijnen, picture perfect ‘places’, een zonovergoten terras aan de Seine. Allemaal zonder die gebruikelijke, dwangmatige, steeds ongezelliger wordende weg er naar toe – om er vervolgens te zitten met nog tig Nederlanders, die hetzelfde ‘100%’ stedengids op tafel hebben. “Voor wie niets wil missen” – als ik iets wil missen op vakantie, zijn het wel afritsbroekdragende medelanders in een unisex all-weather ANWB-jack.

Het zette me aan het denken over hoe ik in alles, over alles en naar iedereen, verwachtingen heb. En bij verwachtingen horen teleurstellingen. Terwijl je bij loslaten kunt worden overvallen door (veelal) aangename verrassingen; meevallers zelfs, pareltjes! Soms blijkt iets er gewoon al te zijn zonder dat je het ziet, zonder dat j het bijzonder vindt of er nog echt naar kijkt. Zoals de Notre Dame, waar we langsliepen en ik dacht: achja, leuk, we hoeven er niet nog een keer in; been there, done that. Maar goed, even één fotootje dan snel, daarna weer weg uit deze toeristenvalkuil.

Een dag later stond de Notre Dame in lichterlaaie en bleek mijn foto, mét die toren er fier bovenuit, zomaar ineens een perfect plaatje.