20150824 153426 scaled

Hotelzwembad

Als vakantie een persoon was, dan was onze relatiestatus nu: It’s complicated. Waar ging het mis? Ooit waren we deeply in love, vakantie en ik. Niet altijd; vroeger was het gewoon een kalverliefde, waarvan je wist: dit is niet ‘the real thing’. Dat komt later, als ik groot ben. Als ik niet meer met mijn ouders mee hoef, wiens keuzemenu varieerde tussen kamperen op Schiermonnikoog, Vikingparafenalia kijken in Denemarken of naakt jeu de boulen op een snikhete Franse naturistencamping. Het enige constante hierin, was onze De Waard Albatrostent. Dé reden dat ik als kind jaloers was op klasgenootjes die twee weken aan een hotelzwembad in Spanje bakten. The real thing kwam pas echt toen ik op mezelf ging wonen, en hóe! Vakantie werd synoniem voor de wereld ontdekken. Geen hotelzwembad aan een Europese Costa, maar met een rugzak en Lonely Planet de wereld over. Er was nog geen  social media om er over op te scheppen, maar na thuiskomst maanden later was er een vuistdik fotoalbum als blijvende herinnering (en soms een parasiet). Europa kon wel als ik oud was en vliegschaamte bestond nog niet.

Maar ergens onderweg zijn we elkaar kwijt geraakt, vakantie en ik. En ik mis ons. Ik mis onze vanzelfsprekendheid, het elkaar woordeloos begrijpen. En ik weet niet wie verantwoordelijk is, maar ik vrees dat het een gevalletje is: it’s not you, it’s me. Ik veranderde. Was het corona, een scheiding, verhuizing, het ziekzijn, of zelfs de godforsaken perimenopauze? Of is het de grote boze wereld waarin ik een vernieuwde plek moest vinden, iets wat me maar niet lijkt te lukken?

Net als vorig jaar ging ik ook deze ‘vakantie’ een week eerder naar huis. Niet omdat er iets ergs gebeurde, maar omdat ik het wilde. Er was een opéénstapeling. Door een verkeerde boeking een hotelkamer in plaats van appartement met eigen kookgelegenheid. Een gedateerd wellnesshotel op Rügen dat verdacht veel weg had van een sanatorium voor Duitse bejaarden. In badjassen in de lift, op straat, in het restaurant. Gele fossiele kalknagels in hotelbadslippers, de angst dat het strakgespannen koord om de dikke seniorenbuik zou knappen. Overal vaalblauwe vloerbedekking, jaren-90-meubilair waar zelfs de kringloop voor zou bedanken. Rokende buren die ons van het balkon verjoegen. Een lijf dat bij elk ander bed in een spastische kramp schiet. En ondertussen bleek onze peperdure poezenoppas van de taak ‘oppas ín huis’ een lucratief verdienmodel te hebben gemaakt. (Lees: om de dag brokjes gooien en op mijn herhaaldelijke verzoek eens een fotootje sturen. Die ik al eerder had gehad). Kortom: ik kwam er niet lekker in. En nee, dan helpt het ook niet om je te vergapen aan alle jubelende vakantieposts van anderen op Instagram.

En nou wilde ik bewust niet vliegen dit jaar. Niet naar een snikheet land met bosbranden. En door familieomstandigheden de mogelijkheid hebben om in een dag terug te zijn. Dus misschien niet zo gek dat het niet ‘the real thing’ was. Maar volgend jaar? Overweeg ik serieus één of andere Costa, met hotelzwembad.



Hotelzwembad

Als vakantie een persoon was, dan was onze relatiestatus nu: It’s complicated. Waar ging het mis? Ooit waren we deeply in love, vakantie en ik. Niet altijd; vroeger was het gewoon een kalverliefde, waarvan je wist: dit is niet ‘the real thing’. Dat komt later, als ik groot ben. Als ik niet meer met mijn ouders mee hoef, wiens keuzemenu varieerde tussen kamperen op Schiermonnikoog, Vikingparafenalia kijken in Denemarken of naakt jeu de boulen op een snikhete Franse naturistencamping. Het enige constante hierin, was onze De Waard Albatrostent. Dé reden dat ik als kind jaloers was op klasgenootjes die twee weken aan een hotelzwembad in Spanje bakten. The real thing kwam pas echt toen ik op mezelf ging wonen, en hóe! Vakantie werd synoniem voor de wereld ontdekken. Geen hotelzwembad aan een Europese Costa, maar met een rugzak en Lonely Planet de wereld over. Er was nog geen  social media om er over op te scheppen, maar na thuiskomst maanden later was er een vuistdik fotoalbum als blijvende herinnering (en soms een parasiet). Europa kon wel als ik oud was en vliegschaamte bestond nog niet.

Maar ergens onderweg zijn we elkaar kwijt geraakt, vakantie en ik. En ik mis ons. Ik mis onze vanzelfsprekendheid, het elkaar woordeloos begrijpen. En ik weet niet wie verantwoordelijk is, maar ik vrees dat het een gevalletje is: it’s not you, it’s me. Ik veranderde. Was het corona, een scheiding, verhuizing, het ziekzijn, of zelfs de godforsaken perimenopauze? Of is het de grote boze wereld waarin ik een vernieuwde plek moest vinden, iets wat me maar niet lijkt te lukken?

Net als vorig jaar ging ik ook deze ‘vakantie’ een week eerder naar huis. Niet omdat er iets ergs gebeurde, maar omdat ik het wilde. Er was een opéénstapeling. Door een verkeerde boeking een hotelkamer in plaats van appartement met eigen kookgelegenheid. Een gedateerd wellnesshotel op Rügen dat verdacht veel weg had van een sanatorium voor Duitse bejaarden. In badjassen in de lift, op straat, in het restaurant. Gele fossiele kalknagels in hotelbadslippers, de angst dat het strakgespannen koord om de dikke seniorenbuik zou knappen. Overal vaalblauwe vloerbedekking, jaren-90-meubilair waar zelfs de kringloop voor zou bedanken. Rokende buren die ons van het balkon verjoegen. Een lijf dat bij elk ander bed in een spastische kramp schiet. En ondertussen bleek onze peperdure poezenoppas van de taak ‘oppas ín huis’ een lucratief verdienmodel te hebben gemaakt. (Lees: om de dag brokjes gooien en op mijn herhaaldelijke verzoek eens een fotootje sturen. Die ik al eerder had gehad). Kortom: ik kwam er niet lekker in. En nee, dan helpt het ook niet om je te vergapen aan alle jubelende vakantieposts van anderen op Instagram.

En nou wilde ik bewust niet vliegen dit jaar. Niet naar een snikheet land met bosbranden. En door familieomstandigheden de mogelijkheid hebben om in een dag terug te zijn. Dus misschien niet zo gek dat het niet ‘the real thing’ was. Maar volgend jaar? Overweeg ik serieus één of andere Costa, met hotelzwembad.